Sinds 1 juli 2026 komen pakketten tot 150 euro die aan EU-consumenten worden verkocht niet meer zonder douanerecht de EU binnen. De douane rekent in plaats daarvan een vast bedrag van 3 euro per artikel. Op 1 november 2026 volgen nog twee veranderingen. Er komt een afhandelingsvergoeding van de Unie van 2 euro per artikel bij, en de douaneaangifte moet voor elk artikel productidentificaties bevatten: twee in alle gevallen, en een derde als die bestaat.
Voor een verkoper van buiten de EU betekent dit: een artikel met een lage waarde kost vanaf 1 november 5 euro bij de douane, en je vervoerder of marktplaats vraagt je om productgegevens die ze eerder niet nodig had.
- Wat er verandert op 1 november 2026
- De afhandelingsvergoeding van 2 euro
- Het douanerecht van 3 euro
- Wat "per artikel" betekent, met voorbeelden
- De drie productidentificaties
- Wat je doet voor je volgende zending
Wat er verandert op 1 november 2026
| Heffing of regel | Geldt voor | Bedrag | Sinds of vanaf | Tot |
|---|---|---|---|---|
| Tijdelijk douanerecht | Afstandsverkoop in zendingen tot 150 euro | 3 euro per artikel | 1 juli 2026 | 1 juli 2028, tenzij verlengd |
| Afhandelingsvergoeding van de Unie | Alle afstandsverkoop, ongeacht de waarde | 2 euro per artikel | 1 november 2026 | Geen einddatum |
| Productidentificatie | Afstandsverkoop in zendingen tot 150 euro | M-PID, NS-PID en, als die bestaat, S-PID | Verplicht vanaf 1 november 2026 | Meer productgegevens gepland vanaf juli 2028 |
Afstandsverkoop betekent hier: goederen die aan een consument in de EU worden verkocht en door of namens de verkoper van buiten de EU worden verzonden. Invoer tussen bedrijven is geen afstandsverkoop.
De afhandelingsvergoeding van 2 euro
Het nieuwe douanewetboek van de Unie, Verordening (EU) 2026/2108, bepaalt dat de douane een afhandelingsvergoeding van de Unie van een vast bedrag per artikel int voor het behandelen van een verzoek om goederen die via afstandsverkoop zijn verkocht in het vrije verkeer te brengen (artikel 20, lid 2). Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/2152 van de Commissie stelt dat bedrag vast op 2 euro per artikel, vanaf 1 november 2026.
Vier punten zijn belangrijk voor verkopers:
- Ze geldt ongeacht de waarde. De afhandelingsvergoeding is niet beperkt tot pakketten tot 150 euro. Ook voor een pakket van 400 euro dat je aan een consument verkoopt, geldt de vergoeding per artikel (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 3.2).
- Ze is blijvend. Anders dan het douanerecht van 3 euro heeft de afhandelingsvergoeding geen einddatum. Vanaf 1 juli 2028 geldt een lagere vergoeding voor goederen die worden verkocht vanuit een douane-entrepot voor afstandsverkoop; dat bedrag is nog niet vastgesteld.
- Ze wordt niet terugbetaald. Zodra de douane de aangifte heeft aanvaard, blijft de vergoeding verschuldigd, ook als de douane de goederen niet vrijgeeft, de aangifte later ongeldig wordt gemaakt of de goederen retour gaan (artikel 20, lid 6; richtsnoeren van de Commissie, paragrafen 7.5 en 7.6).
- De consument hoeft haar niet te betalen. De vergoeding wordt betaald door wie de douaneschuld verschuldigd is, in de praktijk de partij die de goederen aangeeft: het platform, de verkoper, de vervoerder of een douaneagent (artikel 20, lid 5, en overweging 80; overweging 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/1022). Die partij rekent de kosten meestal aan jou door.
Lidstaten mogen nog wel apart rekenen voor bepaalde extra diensten, zoals het onderzoeken of bemonsteren van goederen, of douanepersoneel dat buiten kantooruren werkt (artikel 20, lid 9). Vraag je vervoerder welke kosten hij doorrekent.
Het douanerecht van 3 euro
Verordening (EU) 2026/382 van de Raad schafte de vrijstelling voor zendingen tot 150 euro af en verving die door een douanerecht van 3 euro per artikel (artikelen 1 en 2). Het geldt van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028, tenzij het wordt verlengd. Na die datum betalen goederen die via afstandsverkoop zijn verkocht het normale douanetarief, ongeacht hun waarde (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 3.1).
Ons artikel over douanecontroles op e-commerce in de EU legt uit hoe dit douanerecht samenhangt met de strengere controles op pakketten.
Wat "per artikel" betekent, met voorbeelden
"Artikel" betekent niet één stuk en ook niet één pakket. Volgens het douanewetboek van de Unie is een artikel een of meer goederen in een zending met dezelfde tariefindeling, omschrijving en, als de aangifte erom vraagt, oorsprong (artikel 5, punt 78). In de praktijk gelden beide heffingen volgens de Commissie per regel in de douaneaangifte, ongeacht het aantal stuks op die regel (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 5.2).
| Pakket verkocht aan een EU-consument | Artikelen | Douanerecht | Afhandelingsvergoeding | Totaal bij de douane |
|---|---|---|---|---|
| Eén telefoonhoesje, 25 euro | 1 | 3 euro | 2 euro | 5 euro |
| Drie dezelfde telefoonhoesjes op één aangifteregel, 60 euro | 1 | 3 euro | 2 euro | 5 euro |
| Een telefoonhoesje, een mok en een T-shirt, 70 euro | 3 | 9 euro | 6 euro | 15 euro |
| Eén jas, 220 euro | 1 | Normaal douanetarief | 2 euro | Douanerecht plus 2 euro |
Daarbovenop komt in alle gevallen btw, bij invoer of via IOSS op het moment van verkoop, en ook over de afhandelingsvergoeding is btw verschuldigd: bij invoer of, met IOSS, alleen als je de vergoeding als deel van de prijs aan de koper doorrekent (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 9.2). Hoe minder verschillende soorten producten een pakket bevat, hoe minder het betaalt. Dezelfde producten tellen alleen als één artikel als de aangever ze op één regel zet. Ook het soort aangifte telt mee: een volledige H1-aangifte gebruikt de TARIC-code van 10 cijfers en de oorsprong, dus hetzelfde pakket kan meer artikelen tellen dan in de vereenvoudigde H7-aangifte. De juiste tariefcode voor elk product is daarom belangrijker dan voorheen.
Weet je niet onder welke tariefcode je producten vallen? Met onze dienst voor HS-codeclassificatie vinden we de juiste GN- en TARIC-code voor elk product.
De drie productidentificaties
Vanaf 1 november 2026 moeten douaneaangiften voor afstandsverkoop in zendingen tot 150 euro voor elk artikel productidentificaties bevatten. Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/1022 voerde deze eis in. Sinds 1 juli 2026 mocht je de gegevens al vrijwillig aanleveren, en vanaf 1 november wordt erop gehandhaafd (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 8.2). De Commissie past de wettekst aan om de grens van 150 euro te bevestigen. Invoer tussen bedrijven valt er in principe niet onder.
| Identificatie | Toegekend door | Verplicht | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| M-PID, productidentificatie van de handelaar | De onlineverkoper, marktplaats of het platform | Altijd | Op een marktplaats het eigen productnummer (zoals de ASIN bij Amazon); in je eigen webshop je SKU |
| NS-PID, niet-gestandaardiseerde productidentificatie van de fabrikant | De fabrikant, producent of leverancier van het product | Altijd | Het model- of artikelnummer van de fabriek |
| S-PID, gestandaardiseerde productidentificatie van de fabrikant | De fabrikant, producent of leverancier van het product | Alleen als die bestaat | Een EAN-barcodenummer |
Heeft een product nog geen niet-gestandaardiseerde identificatie, dan verwacht de Commissie dat de fabrikant of de leverancier van het product er een toekent; een vast formaat is niet vereist. Een fabrikant mag ook de EAN als NS-PID gebruiken (richtsnoeren van de Commissie, paragraaf 8.4).
In de praktijk vult de aangever de aangifte in, maar hij kan alleen invullen wat hij van jou krijgt. Zorg dat elk product in je feed of productpagina het productnummer van de marktplaats of je SKU heeft, het modelnummer van de leverancier en, als je die hebt, de EAN.
Wat je doet voor je volgende zending
- Vraag je vervoerder, platform of douaneagent hoe en vanaf welke datum hij de afhandelingsvergoeding en het douanerecht aan jou doorrekent.
- Tel 5 euro per artikel op bij je kostprijs voor consumentenpakketten tot 150 euro, en daarboven 2 euro per artikel plus het normale douanerecht.
- Controleer de tariefcode van elk product. Die bepaalt hoeveel artikelen de douane in een pakket telt.
- Verzamel de drie identificaties voor elk product: het productnummer van de marktplaats of, in je eigen webshop, je SKU; het modelnummer van de leverancier; en de EAN als die er is.
- Vergelijk de kosten per pakket met het in bulk invoeren van voorraad in een EU-magazijn. Als je als bedrijf voorraad invoert voor je eigen magazijn, is dat geen afstandsverkoop, dus op dat moment geldt de afhandelingsvergoeding niet; het normale douanerecht en de invoer-btw wel. Dat werkt alleen als de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht voordat je ze verkoopt. Goederen die al aan consumenten zijn verkocht, of die worden verkocht terwijl ze nog in een douane-entrepot liggen, blijven afstandsverkoop (richtsnoeren van de Commissie, paragrafen 4.2 en 4.4).
Op onze pagina over verkopen in de EU met een klein budget staan de andere kosten van verkopen in de EU van buiten de EU.
Wil je weten wat deze veranderingen kosten voor je eigen producten? Vertel ons wat je verkoopt en waarheen je verzendt, dan rekenen we uit wat voor jou geldt.
Bronnen
- Verordening (EU) 2026/2108 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie en tot oprichting van de douaneautoriteit van de Europese Unie, artikel 5, punt 78, en artikel 20. EUR-Lex
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/2152 van de Commissie tot vaststelling van de afhandelingsvergoeding van de Unie, Publicatieblad van 22 oktober 2026. EUR-Lex
- Verordening (EU) 2026/382 van de Raad, artikelen 1 en 2. EUR-Lex
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/1022 van de Commissie over gegevenselementen voor het tijdelijke douanerecht van 3 euro, waaronder productidentificatie.
- Europese Commissie, richtsnoeren over het tijdelijke douanerecht van 3 euro en de afhandelingsvergoeding van de Unie (Engelstalig), oktober 2026, paragrafen 3, 4.2, 4.4, 5.2, 7.5, 7.6, 8 en 9.2. taxation-customs.ec.europa.eu
- Raad van de EU, persbericht van 11 februari 2026. consilium.europa.eu
- Geraadpleegd in oktober 2026.