Sinds 2011 moet speelgoed dat in de EU wordt verkocht voldoen aan Richtlijn 2009/48/EG. Die richtlijn verdwijnt. Op 12 december 2025 publiceerde de EU Verordening (EU) 2025/2509 betreffende de veiligheid van speelgoed, die de richtlijn intrekt. Omdat het een verordening is, geldt dezelfde tekst rechtstreeks in elke lidstaat, zonder nationale versies.
De meeste nieuwe regels gelden vanaf 1 augustus 2030 (artikel 59). Dat klinkt ver weg, maar voor een verkoper die speelgoed uit Azië importeert zijn dat een paar productierondes. Speelgoed dat je in 2029 inkoopt, kan in 2030 nog op voorraad liggen. En de grootste verandering, het digitale productpaspoort, moet ook aan de grens werken: voor speelgoed met een goederencode uit bijlage VII controleert de douane de paspoortregistratie voordat ze het vrijgeeft.
Dit artikel legt uit wat er verandert, wie wat moet doen en welke stappen nu al zinvol zijn.
- Wanneer de nieuwe regels gelden
- Het digitale productpaspoort vervangt de conformiteitsverklaring
- De paspoortcontrole bij de douane
- Strengere regels voor chemische stoffen
- Waarschuwingen, marktplaatsen en fulfilment
- Wat importeurs en verkopers van buiten de EU moeten doen
- Wat je nu al kunt doen
- Checklist
Wanneer de nieuwe regels gelden
De verordening is op 1 januari 2026 in werking getreden, maar geldt pas vanaf 1 augustus 2030. Tot die datum blijft Richtlijn 2009/48/EG de wet waaraan je moet voldoen. Alleen de artikelen 28 tot en met 44 (aangemelde instanties) en 49 tot en met 55 (gedelegeerde handelingen, comitéprocedure, vertrouwelijkheid en sancties) gelden al vanaf 1 januari 2026 (artikel 59).
De overgang is ruim, maar heeft een precieze grens. Speelgoed dat vóór 1 augustus 2030 volgens de richtlijn in de handel is gebracht, mag daarna nog op de markt worden aangeboden (artikel 57, lid 1). "In de handel brengen" gaat over elk afzonderlijk exemplaar, niet over een speelgoedmodel (Blauwe Gids 2022, punt 2.3). Een doos speelgoed die een winkelier in juli 2030 van je ontving, mag hij dus nog verkopen. Maar exemplaren die op 1 augustus 2030 nog in je eigen voorraad liggen en aan niemand zijn geleverd, zijn nog niet in de handel gebracht en moeten aan de nieuwe verordening voldoen. Dat geldt ook voor een zending die je in september 2030 importeert.
Certificaten van EG-typeonderzoek die onder de richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig tot 1 februari 2031, tenzij ze eerder verlopen (artikel 57, lid 3).
Het digitale productpaspoort vervangt de conformiteitsverklaring
Onder de richtlijn stelt de fabrikant een EU-conformiteitsverklaring op. Onder de verordening verdwijnt dat document. In plaats daarvan maakt de fabrikant voor elk speelgoedmodel een digitaal productpaspoort aan voordat hij het in de handel brengt, en neemt hij daarmee de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het speelgoed (artikel 19, lid 1, lid 2, punt a, en lid 4, overweging 58).
Het paspoort moet ten minste de gegevens uit bijlage VI, deel I, bevatten. Daaronder vallen:
- een unieke productidentificatiecode en een afbeelding in kleur van het speelgoed;
- de naam en het adres van de fabrikant en, als die er is, de gemachtigde;
- de naam en het adres van de marktdeelnemer in de EU die verantwoordelijk is volgens artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1020;
- verwijzingen naar alle EU-wetgeving waaraan het speelgoed voldoet en de toegepaste geharmoniseerde normen;
- de lijst van allergene geurstoffen in het speelgoed waarvoor een etiketteringsplicht geldt.
Je komt bij het paspoort via een gegevensdrager, zoals een QR-code, op het speelgoed of op een label dat eraan vastzit. Alleen als de grootte of de aard van het speelgoed dat niet toelaat, mag de gegevensdrager op de verpakking of op een begeleidend document (artikel 19, lid 7). Het paspoort moet beschikbaar zijn in de talen die de lidstaat waar het speelgoed wordt verkocht voorschrijft, en 10 jaar beschikbaar blijven (artikel 19, lid 2).
Voor speelgoed met elektronica is er een praktisch voordeel. Bevat het paspoort alles wat nodig is voor de verklaringen onder RoHS, de EMC-richtlijn, de laagspanningsrichtlijn of de richtlijn radioapparatuur, dan vervangt het die verklaringen ook (artikel 19, lid 5). Eén document in plaats van meerdere. Ons artikel over RoHS voor verkopers van buiten de EU legt uit wat RoHS vraagt.
Hoe het paspoort er technisch uitziet, wordt nog uitgewerkt in een gedelegeerde handeling (artikel 49, lid 1), en de Commissie kan gegevens toevoegen die in het centrale register moeten (artikel 49, lid 3). De basis staat al vast: het register bevat de productidentificatiecode, de marktdeelnemeridentificatiecode en de goederencode (artikel 22, lid 1).
De paspoortcontrole bij de douane
Dit is de verandering die importeurs als eerste zullen merken. Wie speelgoed wil onderbrengen bij de douaneregeling "in het vrije verkeer brengen", moet de douane de unieke registratie-identificatiecode uit het paspoortregister geven. De douane mag het speelgoed pas vrijgeven nadat ze heeft gecontroleerd dat die code en de goederencode overeenkomen met de gegevens in het register (artikel 23, leden 2 en 3). De controle loopt automatisch, via de koppeling tussen het register en het douane-éénloketsysteem van de EU voor de uitwisseling van certificaten (EU CSW-CERTEX), vanaf het moment dat die koppeling werkt of vanaf 1 augustus 2030, als dat later is (artikel 23, lid 4).
Bijlage VII noemt de goederencodes die onder deze controle vallen. Die gaat verder dan hoofdstuk 95: er staan bijvoorbeeld ook verf en boetseerpasta voor kinderen in. Vrijgave door de douane is geen bewijs dat het speelgoed voldoet (artikel 23, lid 3). Het laat alleen zien dat de identificatiecodes van het speelgoed zijn geregistreerd.
In de praktijk betekent dit dat het paspoort en de registratie klaar moeten zijn voordat de goederen worden verscheept, niet nadat ze zijn aangekomen. Speelgoed uit bijlage VII dat zonder geldige registratiecode aankomt, wordt niet in het vrije verkeer gebracht.
Weet je niet zeker of je speelgoed vandaag aan EN 71 voldoet? Onze speelgoedtest controleert je product aan de hand van de EN 71-normen, zodat je weet waar je staat voordat de nieuwe regels gelden.
Strengere regels voor chemische stoffen
De richtlijn beperkte al veel chemische stoffen. De verordening gaat verder en verbiedt hele groepen gevaarlijke stoffen in speelgoed (bijlage II, deel III):
- Algemene verboden. Stoffen met een geharmoniseerde indeling onder de CLP-verordening als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting (CMR, categorie 1A, 1B of 2), hormoonontregelend (categorie 1 of 2), specifieke doelorgaantoxiciteit (categorie 1), sensibiliserend voor de luchtwegen (categorie 1) of sensibiliserend voor de huid (categorie 1A) mogen niet in speelgoed zitten (punt 4). De punten 7 tot en met 10 bevatten de uitzonderingen, bijvoorbeeld voor onvermijdelijke sporen en voor specifiek toegestane toepassingen.
- PFAS. Het opzettelijke gebruik van per- en polyfluoralkylstoffen in speelgoed is verboden (punt 5).
- Bisfenolen. De bisfenolen uit deel D van het aanhangsel mogen niet in speelgoed zitten (punt 6). Onder de richtlijn had alleen bisfenol A een grenswaarde.
- Geurstoffen. Een lange lijst allergene geurstoffen mag niet worden gebruikt, tenzij hun aanwezigheid technisch onvermijdelijk is en niet hoger is dan 10 mg/kg. Een tweede lijst allergene geurstoffen moet met naam op het speelgoed, het etiket, de verpakking of een bijsluiter staan, en in het paspoort, als ze boven 10 mg/kg aanwezig zijn. In speelgoed voor kinderen onder 36 maanden en speelgoed dat bedoeld is om in de mond te stoppen, mogen die geurstoffen helemaal niet boven 10 mg/kg aanwezig zijn (aanhangsel bij bijlage II, deel A, punten 4 en 5, en deel B, punt 1).
Voordat de fabrikant speelgoed in de handel brengt, moet hij ook een veiligheidsbeoordeling uitvoeren. Die gaat over chemische, fysische, mechanische en elektrische gevaren, ontvlambaarheid, hygiëne en radioactiviteit, inclusief de gecombineerde blootstelling aan verschillende chemische stoffen (artikel 25).
Voor een verkoper die inkoopt bij een fabriek in Azië zit het meeste risico in de chemische regels. Een fabriek die nu test op de huidige grenswaarden, stapt niet vanzelf over op andere kunststoffen, inkt of geurstoffen. Ons artikel over SVHC- en REACH-bijlage XVII-testen legt uit hoe chemische testen werken voor consumentenproducten.
Waarschuwingen, marktplaatsen en fulfilment
Waarschuwingen, zoals de minimumleeftijd of "alleen onder toezicht van een volwassene", moeten voor de aankoop duidelijk zichtbaar zijn voor de consument, ook als het speelgoed online wordt verkocht (artikel 6, lid 3).
Onlinemarktplaatsen krijgen eigen plichten. Op marktplaatsen die bedrijven en consumenten met elkaar verbinden, geldt informatie over een aanbod van speelgoed dat niet voldoet als illegale inhoud onder de digitaledienstenverordening. De marktplaats moet haar online interface zo inrichten dat verkopers de CE-markering, de waarschuwingen en de gegevensdrager of link naar het paspoort kunnen tonen (artikel 14, leden 1 en 3). Marktplaatsen zullen die velden waarschijnlijk verplicht maken, en advertenties verwijderen die ze leeg laten.
Fulfilmentdienstverleners, zoals het magazijn dat je voorraad opslaat en verstuurt, moeten ervoor zorgen dat opslag en verzending de veiligheid van het speelgoed niet aantasten, en meewerken aan het uit de handel nemen en terugroepen van speelgoed. Hebben ze reden om aan te nemen dat speelgoed niet voldoet, dan mogen ze de verkoop ervan niet ondersteunen (artikel 11).
Wat importeurs en verkopers van buiten de EU moeten doen
Verkoop je speelgoed onder je eigen merk, dan ben je de fabrikant, ook als een fabriek in China het maakt (artikel 3, punt 3, en artikel 12, lid 1). Jij voert de veiligheidsbeoordeling en de conformiteitsbeoordeling uit, maakt het paspoort aan, brengt de gegevensdrager en de CE-markering aan, zet de product- en marktdeelnemeridentificatiecode in het register, en bewaart de technische documentatie en het paspoort 10 jaar (artikel 7, leden 2 en 3, en artikel 25).
Importeer je speelgoed van een andere fabrikant, dan controleer je voordat je het in de handel brengt of de fabrikant de conformiteitsbeoordeling heeft uitgevoerd, de technische documentatie heeft opgesteld en het paspoort heeft aangemaakt, of de gegevensdrager en de CE-markering op het speelgoed staan, of de gebruiksaanwijzing en waarschuwingen in de taal van het land zijn opgesteld, en of de paspoortgegevens in het register staan (artikel 9, lid 2). Je zet ook je eigen naam en je post- en e-mailadres op het speelgoed, of als dat niet kan op de verpakking, een begeleidend document of in het paspoort (artikel 9, lid 4).
Een verkoper van buiten de EU heeft nog steeds een marktdeelnemer in de EU nodig die verantwoordelijk is volgens artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1020. Dat is vaak een gemachtigde met een schriftelijk mandaat, en dat mandaat moet de taken uit dat artikel bevatten (artikel 8, lid 4). De naam en het adres van die marktdeelnemer komen in het paspoort (bijlage VI, deel I, punt c).
Verkoop je speelgoed in de EU vanuit een land buiten de EU? Onze dienst EU-gemachtigde geldt ook voor producten met CE-markering, zoals speelgoed: wij houden je documentatie beschikbaar voor de autoriteiten en zijn hun aanspreekpunt in de EU.
Wat je nu al kunt doen
Tot augustus 2030 geldt de richtlijn, dus de conformiteitsverklaring en de huidige EN 71-testen zijn wat je vandaag nodig hebt. Onze CE-conformiteitsverklaring voor speelgoed helpt daarbij. Toch verdienen een paar stappen zich nu al terug, omdat ze tijd kosten:
- Vraag je fabriek naar PFAS, bisfenolen en geurstoffen. Een materiaal of recept aanpassen kost een leverancier maanden, en je wilt het weten voordat je je bestellingen voor 2030 plaatst.
- Verzamel je gegevens per speelgoedmodel. Het paspoort vraagt per model een identificatiecode, een afbeelding in kleur, de toegepaste normen en alle geldende EU-wetgeving. Verkopers met veel kleine varianten doen er goed aan hun assortiment nu al te groeperen.
- Plan je laatste bestellingen onder de richtlijn. Alleen exemplaren die je vóór 1 augustus 2030 echt aan een winkelier of klant hebt geleverd, mogen daarna nog onder de oude regels worden verkocht. Wat op die datum nog in je eigen voorraad ligt, en zendingen die later binnenkomen, hebben een paspoort en een registratie nodig.
- Controleer hoe je waarschuwingen online toont. Onder de Algemene productveiligheidsverordening moeten online aanbiedingen nu al waarschuwingen en veiligheidsinformatie tonen (artikel 19 van Verordening (EU) 2023/988). De speelgoedverordening voegt daaraan toe dat ook de gegevensdrager van het paspoort voor de aankoop zichtbaar moet zijn (artikel 19, lid 7). De CE-markering ook in de advertentie tonen is verstandig, en marktplaatsen moeten daar ruimte voor maken.
Ons artikel over het digitale productpaspoort legt de achtergrond uit van het paspoort onder de ecodesignverordening, waarop het speelgoedpaspoort is gebouwd.
Checklist
- Noteer 1 augustus 2030 als de datum waarop de verordening gaat gelden, en 1 februari 2031 voor certificaten van EG-typeonderzoek.
- Bepaal je rol: verkoop je onder je eigen merk, dan ben je de fabrikant.
- Blijf de conformiteitsverklaring en EN 71-testen gebruiken tot de verordening geldt.
- Vraag je leveranciers of hun materialen PFAS, bisfenolen, CMR-stoffen of allergene geurstoffen bevatten.
- Bereid per speelgoedmodel de gegevens voor het paspoort voor: identificatiecode, afbeelding in kleur, normen, geldende wetgeving.
- Zorg dat een marktdeelnemer in de EU verantwoordelijk is voor je speelgoed, bijvoorbeeld een gemachtigde met een schriftelijk mandaat.
- Vanaf 2030: maak het paspoort en de registratie aan voordat je verscheept, en geef de douane de registratiecode.
- Toon waarschuwingen en de link naar het paspoort in elke online advertentie, en bij voorkeur ook de CE-markering.
Bronnen
- Verordening (EU) 2025/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 betreffende de veiligheid van speelgoed en tot intrekking van Richtlijn 2009/48/EG, artikelen 3, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 14, 19, 22, 23, 25, 49, 57 en 59, bijlagen II, VI en VII, overweging 58. EUR-Lex
- Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van speelgoed. EUR-Lex
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten, artikel 4. EUR-Lex
- Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid (GPSR), artikel 19. EUR-Lex
- Mededeling van de Commissie, De "Blauwe Gids" voor de uitvoering van de productvoorschriften van de EU 2022 (2022/C 247/01), punt 2.3.
- Geraadpleegd in oktober 2026.